Jacobus Bellamy (1757-1786)

Aan mijne vrienden

   Als wij, op den weg des levens,
Aan den kant van 't stille water,
In een koele schaduw rusten;
Als de lieve zuidewindjes,
Dart'lend, door mijn lokken, spelen,
En der bloemen frissche geuren,
Door de zuiv're lugt verspre´en;
Dan gevoel ik al den wellust,
Dien Natuur mij doet genieten;
Maar, hoegroot, hoe onuitspreekelijk,
Wordt die wellust, lieve vrienden,
Daar we in ons verenigh harte,
Dien gevoelen en bezingen!

Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina