Willem Bilderdyk (1756-1831)

Voorbestemming des christens

Dauwdrop van een hooger lucht
Dan des arends steilste vlucht,
Op het aardrijk uitgegoten;
Ziet Gy my, Eenigst Goed,
Op dees hobbelenden vloed,
Van een aardsche schelp omsloten.

’k Spiegel, in dit holle graf,
’t Etherzuivre licht niet af
In een mengeling van verven;
Maar, omgeven van de nacht,
Moet ik van Uw hemelpracht
Alle gloed en schijnsel derven.

Gy nogthands, Gy laat me, God,
Niet, ten spel van ’t blinde lot,
Worstlend door de baren zwemmen;
Neen, dit weet ik, en gedwee
Kuisse ik de onafzienbre zee,
Zeker van uw heilbestemmen.

De oever wacht my van de rust:
’t Windtjen drijft my naar de kust
Die my eenmaal op moet vangen.
Parel aan Zijn halskarkant,
Zal ik, by den diamant,
Op de borst van Jezus hangen.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 13 september 1996 (Gewijzigd 31 augustus 1997)