Ontfang, begaafde Vrouw, dees afgevallen bloemen,
In vroeger Jaargetij' en zachter lucht geteeld.
Gelukkig, zoo er een, uw opslag waard te noemen,
In 't midden van den hoop door 't blinkende onkruid
speelt!
Maar neen, 'k bedrieg my niet, mijn afgeleefde dagen
Verwerven voor mijn' zang uw heusche
inschiklijkheid:
En van een hart als 't uwe iets meerders weg te dragen,
Heeft zelfs in 't vuur der jeugd het mijne nooit
gevleid.
Ach, had een beter lot, in d'opgang van zijn leven
Me een' enklen straal vergund van 't geen uw oog
bezielt,
Geen stervling had vermocht my ooit op zij' te streven,
En 't aardrijk had met my voor NISAAS naam geknield!
Brunswijk
1800.
Ingezonden: 25 september 1997