Willem Bilderdyk (1756-1831)

Karel de Vijfde.

Het voorbeeld van een’ Vorst, der onderdanen Vader,
   Die heerschen durfde en kon, maar zachtheid koos voor dwang.
Zijn dapperst Hoofd in ’t veld, en zelfs zijn wijste Rader;
   Die ’t zwak der Volken kende en ’t ware Staatsbelang.
De Vorst, wiens juk nooit knelde al viel het zwaar te dragen :
   Die zespaar Rijken torschte, in allen aangebeźn :
Die nooit een vijand zag, dan in zijn boei geslagen;
   Een’ Wederspanneling, dan door zijn voet vertreźn.
Die ’t halve Wareldrond zijn wetten heeft doen eeren,
   En de andre helft der aard doen krimpen voor zijn roź;
En boven ’t hoofd geplaatst der magtigste Opperheeren,
   Zich in zich-zelv’ besloot, zijn eigen grootheid moź.

Ach! dat zijn trotsche zoon dien Vader had geleken!
   Nog leefden we ongestoord in schaduw van den Throon,
En zouden ’t menschlijk recht van geene slaven smeken,
   Ons trappende op het hart, en in ons eigen loon.

      1786 of 1787.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 1 oktober 1997