Het voorbeeld van een Vorst, der onderdanen Vader,
Die heerschen durfde en kon, maar zachtheid koos
voor dwang.
Zijn dapperst Hoofd in t veld, en zelfs zijn wijste Rader;
Die t zwak der Volken kende en t ware
Staatsbelang.
De Vorst, wiens juk nooit knelde al viel het zwaar te dragen :
Die zespaar Rijken torschte, in allen aangebeźn :
Die nooit een vijand zag, dan in zijn boei geslagen;
Een Wederspanneling, dan door zijn voet
vertreźn.
Die t halve Wareldrond zijn wetten heeft doen eeren,
En de andre helft der aard doen krimpen voor zijn
roź;
En boven t hoofd geplaatst der magtigste Opperheeren,
Zich in zich-zelv besloot, zijn eigen
grootheid moź.
Ach! dat zijn trotsche zoon dien Vader had geleken!
Nog leefden we ongestoord in schaduw van den Throon,
En zouden t menschlijk recht van geene slaven smeken,
Ons trappende op het hart, en in ons eigen loon.
1786 of 1787.
Ingezonden: 1 oktober 1997