Willem Bilderdyk (1756-1831)

Aan een verouderend Meisjen.

Na Ausonius.

   ’k Zei duizendmaal, Lycoor, de tijd gaat vliegend om:
Besteed uw jeugd, ’t is tijd; haast naakt ons de ouderdom.
Vergeefs! gy loegt my uit. Nu sloop om wollen sokken
De grijsheid ons op ’t lijf, en jeugd en bloei vertrokken.
Thands spijt u, dat ge een perk, u voor ’t genot vergund,
En achtloos doorgesleurd, niet wer herroepen kunt.
Kom echter, laas ons thands ’t verwaarloosd zoet nog smaken,
Waar naar ik… ’k zeg niet, haak, maar eenmaal plach te haken

      1795.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 1 oktober 1997