Willem Bilderdyk (1756-1831)

Christelijke Ouderdom.

Integer vitae scelerisque purus.
                          H O R A T I U S.

Van wandel, van geweten rein,
Van leden gaaf, gezond van brein,
Met matigheid en vlijt gezegend,
Voor dien is ’t dat het rozen regent!
Diens grijsheid boet geen dolle vreugd
Van de uitgelatenheid der jeugd;
En geen herinn’ring aan ’t voorleden
Wreekt reeds vergeten spoorloosheden.
Dien is de toekomst die hem wacht,
Een uitzicht dat hem tegenlacht,
En kracht geeft om de last der dagen
Met kalmen moed en lust te dragen.
Hy dankt zijn Alvoorzienden God
Voor ’t mildgeschonken heilgenot,
Maar tevens voor de tegenspoeden,
Wier vrucht hem ’t leed stees mocht vergoeden
Als bittre zielenartseny;
En kent des levenslichts waardy,
Maar zet in Godbetrouwend hopen
Het hart voor beter aanzijn open,
En, stil en vredig van gemoed
In ’t zoenverbond van Jezus bloed,
Ziet, in verloochning van zich-zelven,
Zijn graf met zacht genoegen delven.

Zijn borst is trefloos voor ’t verwijt,
Dat anderen de ziel doorsnijdt
Wanneer zy de oogen rugwaarts keeren;
Geen wroeging zal hem ’t hart verteeren,
En ’t lichaamsloopend oogenblik
Vervult het met geen stervensschrik,
Want wat zijn zwakheid mocht bevlekken,
Zal Jezus heiligheid bedekken;
En aan diens Vaderzorg en troost
Beveelt hy ’t na te laten kroost,
En de altijd trouwbeminde Gade
De deelgenoote in zijn genade.

In HEM gerust, vereen met HEM,
Geroepen, vaardig io zijn stem,
Door HEM gelouterd en geheiligd,
Met aller Englenschuts beveiligd,
En blinkende in ZIJN Onschuldsdosch,
In ’t sterfbed een triomfkaros,
Waarin, omwolkt voor menschlijke oogen,
De ziel aan de aardschheid wordt onttogen,
En dankend naar dien hemel stijgt,
Waarnaar ze in heet verlangen hijgt,
En by ’t volmaakte heilgenieten,
In enklen Lofzang uit zal vlieten.

      1825.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 9 augustus 1997