Wanneer uwz t uwnck op t gjalpst
oerstjolpt,
Ja d hele wrâd uws fijnneiz,
Den iz t saeck neust dat God uwz holpt,
In fierst, az t neyst ijn schijn iz.
GYSBERT
JAPIX.
Als t prangen van den nood hevigst overstelpt,
En alles ons vervolgt en woedend gaat verslinden,
Dan ia ook t uur naastby dat God den bidder helpt;
Maar verrst, wanneer men t acht in menschenhand te
vinden.
1823.
Ingezonden: 9 augustus 1997