Willem Bilderdyk (1756-1831)

Zorg.

Gezegend is de zorg die ’t onheil voor kan komen;
   Maar vruchtloos kwelt zich ’t hart om ’t geen onkeerbaar naakt.
Lafhartig is ’t, een leed, ons toebestemd, te schroomen;
   In de onderwerping slechts wordt ware troost gesmaakt.

Zie daar den Christenmoed, die alle leed ontwapent!
   Gelatenheid in God is balsem aller wond’.
De kranke zuichling lacht, aan ’s moeders boezem slapend;
   Maar zachter rust de ziel die troost in Jezus vond.

Wat ’s lijden op deze Aard? De hartkwestuur moog schrijnen;
   U wacht ik, Hemelsche Arts, die haar verbinden zult.
De prikkling van de pijn zal by Uw komst verdwijnen,
   Uw hand verzacht en heelt. — Mijn boezem, heb geduld!

      1824.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 4 augustus 1997