Het huis der menschheid is voor t zonlicht
toegesloten
Dat van Gods hemel straalt, t Is duister in de
kluis.
Wat nu? ge ontsteekt een lamp ten dienst der huisgenooten,
Die flikkervonkt en walmt door t eng en dompig
huis.
Ach! slimmer zulk gedamp dan t eerst onschaadlijk donker
t Vergiftigt brein en bloed, men zuizelt,
stoot zich t hoofd,
En, dringt een straal daardoor van t minste zongeflonker,
Die wordt dan door een wolk van eigenroem verdoofd.
Ontzinden! bluscht uw lamp, en ziet Gods heilzon dagen;
Wat stikt en smoort ge u t harte uit vloekbren
wrevelzin?
Ontsluit uw vensters slechts en leert het licht verdragen:
t Omschint uw hut, wordt wijs, en laat het
willig in!
Ingezonden: augustus 1997