Willem Bilderdyk (1756-1831)

Theofrastus.

  Nu sterven, daar ik thands in ’t honderst jaar getreden,
     Pas eventjes begin te leeren, wijs te zijn!
Sprak schandre Theofrast, en was geheel te onvreden
   En wenschte zich nog eens gelijken leertermijn.
Voor my, des wijsgeers wensch zij met of zonder reden,
’k Was lang reeds op die school, maar (onverbloemd beleden)
   Ik vorderde niet veel, in spijt van moeite en pijn.

Doch ’t zij dan aan de school, of aan my-zelv’ te wijten,
   ’k Vrees, zoo geen zeventig my dit verschaffen kon,
’t Waar tijd en moeite en geld vergeefs in ’t water smijten,
   Indien ik nu op nieuw dien schoolkring wer begon.
Het gaat hier niet, och neen, dat heb ik ondervonden:
   Men leert hier ’t a, b, c, en naauwlijks; dit is ’t al.
Ik moet naar hooger School (dit voel ik) opgezonden,
   Waar ’k eenmaal, zoo ik hoop, de Wijsheid kennen zal.

      1825.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 18 augustus 1997