Het Eerste Deel dezer NAVONKELINGEN
was bestemd om reeds in den aanvang van het vorige jaar in
het licht te verschijnen, en het Tweede moest kort daarop volgen.
Buiten mijn toedoen en volstrekt tegen mijn wensch en begeerte,
treden thands beide te gelijk en zoo vele maanden later op.
Hierdoor verloren noodwendig verscheidene dezer Dichtstukjens dat
voorrecht der tijdigheid, voor zoo verr' zy tot openbare
voorvallen in betrekking staan, hetgeen er by vele lezers
wellicht een belang aan kon geven, dat nu of verflaauwd of
verlorenis, vooral in een tijd als zelfs ontzettendste
gebeurtnissen, waarin zich de Almachtige hand der Voorzienigheid
in straffe of beweldadiging blijken doet, weinig indruk maken,
endie weinige indruk maken, en die weinig indruk dan nog al zeer
spoedig uitgewischt is.
Te aan merkelijker is dit in de
voortbrengsels eens Grijzaarts, wiens uitstortingen inderdaad,
wel beschouwd zijnde, op dat gene neêrkomen, wat onze CATS met den naam van Invallende
gedachten op voorvalllende gelegenheden bestempelde, en
hoedanige in een hoogen ouderdom, tot ondernemingen van een
eigenlijk en opzettelijk Dichtstuk, te zwak, natuurlijker wijze
de eenige en opzettelijk vruchten uit kunnen maken, die de reeds
ontbladerde tronk nog kan opleveren. Mochten zy dan ook niet t'
eenmaal smakeloos bevonden, aan een ieder die nuttigheid
opleveren, welke mijne jeugd uit die dezes stichtlijken
Hoofddichters onzer Grootouderen putten mocht, en nog steeds zijn
naam en gedachtnis tot by 't laatste nageslacht zegenen doe!
Wat de verzen-zelven betreft. Hooge
vlucht van een jeugdig bloed zal men zeker van een ouderdom als
den mijnen niet wachten; maar wat een oud Troubadour van Provence
zijnen tijdgenooten tot les gaf, hoop ik dat er, ondanks de
schorgewordene keel, niet geheel in ontbreke:
Deu gent mettre color;
Si com li penhidor
Coloro so que fan,
Deu hom colorar tan
Paraulas ab parlar;
C'om no'l peusca reptar.
De algemene Taalgeleerdheid van tegenwoordig maakt zekerlijk de vertolking van den zin hier geheel overbodig; met dat al wil ik ze ten behoeve van die enkele van die enkele wien de beteeknis niet vaardig genoeg te binnen mocht schieten, wel toe geven:
Lieflijk moet men kleuren spreiden
Als de schilder op 't paneel;
Woord en klanken saamschakeeren,
Dat het oor en boezem streel',
En het hart zich niet verzette
By het galmen van de keel.
Wie mijne verzen echter naar de nieuwmodische uitspraak lezen wil, dien gun ik van harte dat zy in den gorgel blijven steken, tot men eens weder wijs genoeg worde, om zijne zachte en welluidende moedertaal te leeren verstaan, en behoorlijk uitbrengen.
1825
Ingezonden: 13 augustus 1997