Willem Bilderdyk (1756-1831)

Wijsheid.

Ik ben gewaar geworden dat ook dit eene kwelling des geestes is.

Prediker I : 17.

Wat heet Wijsheid ? — IJdel zorgen,
Zelfbedoelende eigenbaat,
Altijd levende in het morgen,
Die het hart niet rusten laat.
Altijd rustloos, altijd vreezend,
Altijd loerende op ’t geval;
En in ’t boek der toekomst lezend
Wat zich nooit vervullen zal.
Altijd met den bril voor de oogen,
Altijd op de brandklep-wacht;
Telkens door zich-zelv bedrogen,
En op nieuwe list bedacht.
Gunst bejagend, aanstoot schuwend
Huichlend met gevoel van plicht,
Eenvouds schijn aan loosheid huwend,
Met den mom voor ’t aangezicht.
Zeker, moet dit Wijsheid heeten,
God beware ons hart voor haar!
Ze is verkrachting van ’t geweten,
Offren op het Vloekaltaar.
Neen, daar is eene andre Wijsheid,
Die met stille zielrust paart;
Die ons brengt tot kalme grijsheid;
Maar zy is niet van deze Aard’.
’t is een Wijsheid van den Hemel,
En die geeft ons God-alleen.
Zy belacht het dom gewemel
Van dit nietig hier beneÍn.
Zy bestaat niet in de regelen
Van een ingebeeld verstand,
Maar ’t standvastig trouwbezegelen,
Onbekommerd in Gods hand.

1824.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 23 augustus 1997