De harde winter is vervloten;
Geen stormwind schudt de dorre haag,
Geen ruisselende regenvlaag
Wordt op den veldgrond neêrgeschoten;
Een balsemende Lentelucht
Doordringt der planten zwellende aderen
Ontwikkelt bloesemknop en bladeren,
Doorademd van des levens zucht.
ô Gy, wiens hand en veld en hoven
Met geurig kruid en bloemen siert,
En s Hemels wentelloop bestiert
Om s aardrijks vruchtbren schoot te stoven:
Geef, by de ontloken bloesemschat
Van Uw weldadig welbehagen,
Ons hart de dankbre vrucht te dragen
Die zaad voor de eeuwigheid bevat;
Ontwikkel by t verrukt ontwaken
Der ingesluimerde Natuur,
In ons t bedolven levensvuur,
En laat het U ter eere blaken!
En daar de bie om t frissche kruid
Op t gonzend vlerkjen rond mag zweven,
ô Laat mijn Lofzang tUwaart streven,
En stort hy U mijn boezem uit!
Na het Ethiopische bij JONES.
1824.
Ingezonden: 14 september1997