Willem Bilderdyk (1756-1831)

Moed.

De Moed is meer dan kracht waar ’t uitgetogen zwaard
Het pleit beslissen zal den arm der Helden waard.
De Moed grijpt hart, en ziel, en boezem aan, en zinnen,
En doet op de overmacht de palm der zege winnen.
Verheven drift van ’t hart dat voor de grootheid slaat,
Aan tederheid verwant, der zwakken toeverlaat,
Geblaakt door zuivre vlam aan Liefdes toorts ontsteken,
Is de eer van ’t schoon geslacht zijn dierbaarst glorieteeken.
De zedigheid, met de ernst in eedlen blos gehuld,
Vertoont den gloed der eer die ’t moedig hart vervult.
De rijkdom moog de zucht van lage zielen trekken,
En in verbasterd zaad een vuigen hoogmoed wekken;
De Moed veracht die glans, en ’t geen zijn boezem vleit,
Is ’t zelfgevoel der deugd in al heur waardigheid.

      1824.

Na een Hs. van de twaalfde eeuw.


E-Mail: J.R. van Wijk

Ingezonden: 13 september1997