Alle jaren, alle Jaren
Nieuwe toontjens uit mijn snaren!
Neen, mijn Vriend, dat loopt te straf.
Dat s voor twintig Jaar begonnen,
En tot zoo lang voortgesponnen,
Maar, zoo raak ik nooit daaraf.
k Dacht, de man is op zijn dagen;
Laat hy weêr een versjen vragen,
t Is met drie of vier gedaan:
Zeven Kruisjens, een daar boven,
(Anders kon ik niet gelooven,)
Kunnen voor een mensch volstaan.
Dat zoo de loop der zaken;
Daar mag iemand staat op maken:
Mozes heb ik tot garand.
Maar och neen! ik ben bedrogen,
En, heeft Mozes niet gelogen,
t Is van my een misverstand.
Hoor, Patroon ! ik gun u t leven:
Zie uw kleinkinds achterneven,
En hun achterkleinkinds kind;
Maar dat alle Jaar verjaren
Is een schrikkelijk bezwaren
Voor een Dichterlijken Vrind.
Lieden die met u verouden,
Weten dat niet uit te houden.
Echter blijf ik by mijn woord;
Maar zoo moeten wy te samen
Daar een middel op beramen;
Maken wy een goed akkoord!
k Zal uw Jaardag steeds vereeren;
Maar hy moet niet wederkeeren
Dan alleen om t tiende Jaar.
En zoo keer hy twintig malen,
k Wil u t vers dan graag betalen;
Dit alleen verlang ik maar!
1823.
Ingezonden: 12 september1997