Intersusa nitentes
Vites aequora Cycladas.
H O R A T I U S.
Wat voeren nieuwe en hooger vloeden
ô Staatshulk u te rug in zee!
Wat doet ge? Zoek, ô zoek de ree.
Een zwangre bui van tegenspoeden
Rukt aan. Uw roerpen schokt en schudt,
Door duizend handen aangegrepen;
Uw Stuurman zit, in t hart benepen,
Belegerd, raadloos in de hut.
De stormwind die de lucht doet schateren,
Verkracht den helmstok, buigt de mast;
De raas en stengen lijden last,
En want en luik en berders klateren;
De kiel aan t werken wringt en kraakt;
En zeil- en touwwerk rijt aan flarden;
Geen middel meer om t uit te harden
Daar zee en lucht verwoesting braakt!
Wat trots ge op beeldwerk, fraai gehouwen?
Al spalkt uw boegleeuw oog en tand,
De golven geeslen u naar t strand,
En spotten met een dwaas vertrouwen
Op namen die de spiegel draagt!
ô Wrak gestel van eiken planken,
Wat stiert gy tusschen rots en banken
Waar op u t Weêr te barsten jaagt?
ô Kostbre romp, ô rijke lading!
Ach! stondt gy t razend onweêr door!
Maar meir noch afgrond kent verzading?
En stelt des Zeemans kunst te loor.
Dan mag geen ankerkabel baten;
Geen vlijt, geen winden meer, dat redt!
Van uitzicht, moed, en kracht verlaten,
Geen toevlucht dan in t Noodgebed!
1825.
Ingezonden: 11 september1997