J. C. BLOEM (1887-1966)

SPIEGELING

Een duivenveeren hemel weerspiegelt in de zee,
Blauw licht dampt tusschen hemel en stiller hemelbeeld.

Ter eene en andre zijde rondt zich de kling der kust
Naar een vervloeiden einder van zee, lucht, land en mist.

De erinnering wordt wakker aan een verloren schoon;
Een oud gevoel keert weder van uit een langen droom.

Een droom van stemmen en van gelaten en gerucht
En steeds vermoeider worden, en dien men leven zegt.

’t Was eerst een eindloos hunkren, een dwalen her en der,
Werd toen een daaglijksch derven, en toen ook dat niet meer.

-- Het uur wordt later, ’t duister groeit door het grijze heen.
Een parelzwarte hemel schaduwt de schemerzee.


Bezorgd door Thomas Vaessens.