Marie Agathe Boddaert (1844-1914)

Wrok

De lucht hing laag in geelgrauw vale broeiing;
Het land lag stil, als voelde ít dat daarboven
Wolken van strijd en onrust samenschoven,
Vol weerlichtvlamverzet en toornegloeiing.

En over ít land bewoog --- één samenvloeiing
Van wrokkende gestalten, maatlooos sloven
Van tallooze eeuwen op hun nek geschoven ---
Een grauwe schare in ordlooze vermoeiing.

Daar brak een momplen uit hun stugge monden;
Vlamoogen laaiden of zij dooden konden;
Hun droge lippen stuwden donkre woorden.

En of de wolken wee en vloek verstonden,
Bogen zij dieper over ít land, en zonden
Donderend vuur tot zij den vloek verhoorden.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 08-sep-96


Coster-pagina