Majoor Frans

JONKER LEOPOLD VAN ZONSHOVEN

AAN

DE LEZERS VAN MAJOOR FRANS

Mijne vrouw heeft bij haar wereld zulk een gunstig onthaal gevonden, dat zij niet genoeg dankbaar voor kan zijn. En toch… brengt het haar in zekere verlegenheid.

Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling van het publiek eene derde uitgave vraagt van. MIJNE VERTROUWELIJKE MEDEDEELINGEN AAN EEN VRIEND IN INDIË Zij is te bescheiden om die goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die alleen dankt aan mijne wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van welke ruchtbaarheid haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel welwillendheid, maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed, en wil dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der openlijke dankbetuiging van haar zal overnemen. Die eisch is billijk, naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar zullen er veel woorden noodig zijn, om het publiek te verzekeren van onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks had durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de scherpe blik der liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij dankbaar, wij hopen haar ook waardig te blijven. Ik zie dat ik mijn geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het „succès oblige”voor oogen te houden.

LEOPOLD VAN ZONSHOVEN.

26 November 1875

Ingezonden op: 19 July 2001