1. Toch eischt de billijkheid, die men immers ook jegens Alba moet oefenen, dat men bij het opsommen zijner wreede sententiën niet vergete, hoe onmenschelijk de Code Pénal was in de I5e en l6e eeuw, ook zelfs hier te lande; hoe weinig men een menschenleven telde; hoe gul men was met de afgrijstlijkste lichaamsstraffen. Hoe het afsnijden van ledematen, het verminken voor ’t leven door »scherpe examinatiea enz. in zwang was (men denke aan de heksenprocessen) — vóór Alba en zijn bloedraad één enkel vonnis hadden geslagen, Hoe een arme drommel aan de galg of aan de paleie kon komen, om een diefstal of eenig ander vergrijp — lang nadat men zich van het Spaansche juk had vrijgemaakt — hoe vlug het geeselen en brandmerken den Schouten en Baljuwen van de hand ging, en hoe weinig gruwelijks hunne tijdgenooten daarin schenen te zien, op zulke wijze dat een fijn beschaafd man als Huygens, de dichter, de hoveling, de Christen, zich niet ontziet aardigheden te zeggen over hangen en geeselen, of er waarlijk niets in stak en of het geen medemenschen gold.
  2. Het opschrift dat hij stelde op het voetstuk van zijn eigen standbeeld in de Antwerpsche Citadel getuigde van dien waan.
  3. Haar portret door Alonzo Sanchez Coëlho — in het Koninklijke Museum te Brussel — waarvoor zij zeker in hare jeugd geposeerd heeft, stelt haar voor met een toom en teugel in de hand, vermoedelijk eene zinspeling op hare geliefkoosde uitspanning: de kleeding ook, en de zwart ftuweelen toque met pluim, doel wel eenigszins aan rijgewaad denken. Zoo zij niet gevleid is, was zij toen gansch niet onbevallig.
  4. Een zoon van Lorenzo en neef van Paus Alexander VI. De booze wereld van het tijdperk vermoedde een nauwere betrekking van dien Paus op dien jonkman, en Motley zeker bevooroordeeld door de slechte faam van Alexander VI op het punt der zedelijkheid — aarzelt niet dat gerucht te herhalen — maar daar „la recherche de la paternité door de wet verboden is — hebben wij zoomin het recht als den lust om de zondenlijst van dezen Paus te verzwaren — waartoe een Borgia zwarter te maken, dan hij is.
  5. De Hertogin had zelfs eene medaille laten slaan om van dit volbrachte werk te getuigen. Aan de ééne zijde ziet men haar borstbeeld met haar naam en titels; aan de keerzijde nogmaals hare gestalte staande op een rots, waar de baren tegen aanslaan, met een lauwerkrans om het hoofd, in de eene hand een zwaard, in de andere een palm- en een olijftak, de winden tegen haar aanblazende, met dit opschrift. Favente Deo.

Ingezonden op: 19 July 2001