CATHERINA BOUDEWIJNS (1520 - 1603)

EEN GHEESTELICK LIEDEKEN

O Jesus lief gepresen
Mijns hertsen medecijn/
Wilt mijn arm ziel genesen
Sij leyt in grooter pijn /
Bij u soeckt zij te zijn
Gheen ander en can haer helpen /
Metten liefsten wille dijn /
Wilt mijn begeerte stelpen.

Ick bid u om ghenaede /
Gheen recht mij Heer en doet /
Al coom ick int leste spade /
Nochtans soo grijp ick moet /
Dat u ghenade soet
Mijn sonden sal bedecken /
En dat u dierbaer bloet
Sal wasschen mijn sondige vlecken /

Heere aenhoort myn clachten /
Mijn natuere valt mij rebel /
Ick soude mij gaerne wachten
Van des werelts valsch voorstel /
Den vyant doet mij gequel /
Hij loopt om mij te vinden
Als eenen leeu zeer fel /
Soeckt hij mij te verslinden.

Wilt mij Heer suyver maeken
Van herten inden gront /
Laet mij u liefde smaeken
Sij maekt die ziele ghesont /
En zij doet het pont
Dwelck ghij hier hebt gegeven
Dobbel winnen terstont /
Ende naemaels deewich leven.

In u Heere sal ick hopen
Ghy zijt dat opperste goet /
U gracie die staet open
Voor die penitencie doet /
En die hier met ootmoet
Hen sonden nu belijden /
Die sullen met voorspoet
Naermaels met u verblyden.

En wilt niet langer beyden /
Compt in mij Heer ten noot /
En wilt van my niet scheyden
In dure van mijnder doot /
Door u gnaede groot
Ontfangt mij in uwen armen /
Al ben ick van deuchden bloot /
Wilt mijnder heer ontfermen.                                                        Amen.
Bron: Spiegel van de Nederlandsche poezie door alle eeuwen. (1939) N.V. De Spiegel, Amsterdam

E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl

Laatste wijziging: 01-sep-96