P. C. Boutens (1870-1943)

De ziel spreekt

Lijd getroost; want ik zal klaren,
  Eer uw tranen zijn vervuld,
Tot den lach die al uw jaren
  In zijn éenen luister hult.

Laat door venstren van uw oogen
  Open steeds in lach of leed,
Tot mij binnen die bewogen
  Licht van God, dat leven heet:

Als de zon den morgenregen
  In den middag achterhaalt,
Tot de wereld allerwegen
  Van hun éenen luister straalt,

Zal het masker uwer trekken,
  Vóor het in den dood verstijft,
Nog mijn eigen glorie dekken,
  Die u tot den einde blijft.

Na den klaren avondluister
  Van uw oogen en uw mond
Wachten door hetzelfde duister
  Wij denzelfden morgenstond.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.