P. C. Boutens (1870-1943)

In den mist

De zon wordt onverbeeldbaar schoon
Boven den mist die houdt omhangen
Der wereld windestille woon
In dit verteederd dagenlang verlangen.

Weêr blankt de boschkamp, een besloten zaal,
Een witte kamer die de bruid verwacht,
In smetteloozen glanzeloozen praal
Op uit den zwarten nacht.

't Berijpte hout van alle kanten
In gaasgeplooiden wand verscholen
Reikt diepe tuilen van chrysanthen,
Asters en gladiolen.

Daar daalt langs wolkentreê uit hoogen toren
Van naakte voetjes luidelooze tred:
Leden omsluierd overgloren
Het sneeuwen statiebed.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.