Heel den langen lentedag
Tot de sterren met u keeren,
  Straalkrans om uw goudner lach,
Heb ik, lief, om u te leeren,
  Heel den langen lentedag:
  Van den leeuwrik die mij wekt
Achter neevlen hemelschermen
  Tot het diepe blauw betrekt
Van de dichte gouden zwermen:
  Gouden winden om mijn hoofd,
Gouden bloemen voor mijn voeten,
  Lief mij met den nacht beloofd,
Komen mede u te begroeten:
  Elke voetstap dien ik zet,
Wordt tot klanken en tot kleuren,
  Profetie en bont gebed
Naar uw avondlijk gebeuren:
  Heel den langen lentedag,
Tot de sterren met u keeren,
  Straalkrans om uw goudner lach,
Heb ik, lief, om u te leeren,
  Heel den langen lentedag!
Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.