P. C. Boutens (1870-1943)

De smalle ring

De smalle ring, de gouden band
Schendt niet de naaktheid van uw hand,
Gelijk uw stralend lijf niet weet
De schaduw van zijn donkre kleed:

Uw stralend lichaam lijdt noch weet
De schaduw van zijn donker kleed,
Zooals geen lijf of stof bezwaart
De ziel die door uw oogen klaart:

Geen aardsche lijf, geen stof bezwaart
De ziel die door uw oogen klaart,
Als smalle ring, als gouden band
Niet schendt de naaktheid van uw hand.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.