P. C. Boutens (1870-1943)

Kussen

Roode lippen, blanke leden
Wijken uit hun eng omhelzen
Naar de koele heldre grenzen
Waar zich oog en oog ontmoeten
In der ziele kus.

Als de diepe blauwe heemlen
Duren over zee en landen,
Duren over dood en leven, -
Over liefdes dood en leven
Duurt der zielen kus.

Toch, ons zielen konden nimmer
Tot elkaêr in oogen reiken,
Konden niet uw warme lippen
Mijne warme lippen kussen,
Hadden niet mijn roode lippen
Uwen rooden mond gekust.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.