P. C. Boutens (1870-1943)

Na-middag

De middag waast den hemel blank,
De zee ligt als een diep en wit geheim
Dat fluistert aan de blonde bank
Zijn zilvren rijm.

De lucht is éen verklaarde wolk,
En elk geluid dat even kringt,
Verdrinkt en zinkt
In stille kolk.

Een naakte zwemmer waad ik door
De spiegelende oneindigheid:
Ver achter mij verloor
Ik aarde en tijd:

Daar is het leven weêr:
De lucht verdiept tot uwer oogen blauw,
Over de duinen als een gouden dauw
Zonk uwer haren lichtschijn neêr.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.