P. C. Boutens (1870-1943)

Daar is een lied

Daar is een lied dat 'k zingen moet -
O de avondzon op 't lentegras! -
Eer de onontkoombre dood voorgoed
Mijn stille lippen vult met asch.

Wel leende ik nachten lang als knaap
Mijn hoofd aan den gesterden wand
Totdat het bloed zong in mijn slaap
Als de echo van een hemelsch land. . .

Wel droeg ik rijper vreugd en smart
Tot waar aan zoom van zomerzee
Het luide kloppen van mijn hart
Zong met het hart van moeder meê. . .

Daar blijft een lied dat 'k nog niet zong,
Dat 'k om zijn gouden zekerheid
Heb uitgesteld als een die jong
Uit hoog geluk steeds hooger beidt.

Ik weet dat ik het nergens zing
Dan hier waar ik uw hart hoor slaan
't Lied waarin alle lied verging
En elk ding beidt zijn nieuw bestaan. . .

Zoo laat mij nog in zaalge wacht:
Het hoogste heil is nimmer ver:
God zendt het in den slaap vannacht
Ik zing het met de morgenster!


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.