P. C. Boutens (1870-1943)

Morgen

Morgen moet gij zeker komen:
Morgen wordt een dag der dagen,
Morgen worden duizend vragen,
Schijn en schaduw weggenomen;
  Morgen moet gij zeker komen!

Door de schemerijle wanden
Van het ondiep zomerduister
Tasten oogen, tasten handen
Naar den morgenlijken luister
  Achter schemerijle wanden.

Maan met helle schaduwstrooken
Heeft de heemlen overtogen,
Dat aan aardes peel gedoken
Onze zielen rusten mogen,
  In den diepen slaap gedoken. . .

Morgen wordt een dag der dagen;
Morgen moet gij zeker komen:
Schijn en schaûw van duizend vragen
Worden morgen weggenomen:
  Morgen wordt een dag der dagen!

Elke zon stijgt vroeger, lichter
Boven glans van dauwen wazen;
Iedere avond haalt ons dichter
In zijn sterrenvol verbazen,
  Lichten achter lichten lichter.

Teêrder voelt ons hart zijn vader
Neigen naar zijn innger missen;
Zachter trekt zijn liefde ons nader
Aan zijn harts geheimenissen -
  Lief, het hart van welk een vader!

Immer sterker en gezonder
Waakt de ziel met klaarder oogen
Tot zij straks het louter wonder
Zien aan nevellooze bogen,
  Niets meer dan het louter wonder. . .

Morgen moet gij zeker komen:
Morgen wordt een dag der dagen,
Morgen worden duizend vragen,
Schijn en schaduw weggenomen;
  Morgen moet gij zeker komen!


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.