P. C. Boutens (1870-1943)

Avond in 't duin

Uit de glansgevloerde plassen
Rijzen goudge wolkewallen
Op in glooiende terrassen
Naar der heemlen open hallen.

Boven staat de lucht bezonken
Tot een meer van lichtblauw donker,
Even hier en ginds doorblonken
Van het ijlste stergeflonker.

Achter ons langs Oosterkimmen
Over duistre menschenlanden
Gaan de strakke banen glimmen
Waar de steden lampen branden.

Wij in Liefdes wisselkleeden
Kunnen over waatren vloeren
De gepade wolken treden,
Die ons tot de goden voeren. . .

Maar wij zullen door de dichte
Volken langs de lage wegen
Dragen op onze aangezichten
Hunnen sprakeloozen zegen;

Want dit hebben wij verkozen
Boven hemelen en goden:
Bij de donkre vreugdeloozen
't Lichte lot van Liefdes boden!


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.