Slaap zal tot mijn ziel niet naken
  Door den stillen lichten nacht:
Dit is haar beloofde wake
  In geluks bewuste macht.
Aan mijn hoofd genegen rust uw
  Aangebeden aangezicht -
Ziel van uit haar heemlen kust u
  In het heimlijk manelicht.
Eindlijk eindelijk gekomen
  Telt uw hart den tijd aan 't mijn -
Ziel spant over uwe droomen
  Hooger dan de nachteschijn.
Straks als Morgens gouden voeten
  Klimmen uit het Oosterdal,
Zal haar glimlach u begroeten
  In den glimlach van 't heelal.
Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.