Zienlijk wordt de wereld bleek,
  Welhaast zal het nachten -
'k Weet, de woorden die ik spreek,
  Zijn mijn liefs gedachte:
Godlijk is ons zuiver staan
  Boven 't lage duister -
Godlijker is ondergaan
  In vermeerden luister.
Enkel die wij waardig zijn,
  Zullen tot ons neigen -
Enkel die ons waardig zijn,
  Kunnen tot ons stijgen.
Die belijdt denzelfden naam,
  Liefdes vrome zonen,
In een eeuwig licht verzaam
  Zult gij met ons wonen:
Kinderen die sterreklaar
  Lachen wilt of schreien:
Tot steeds breeder heller schaar
  Gaat geluk gedijen. . .
Alzijds staat de wereld bleek
  Om ons lichte wachten -
'k Weet, de woorden die ik spreek,
  Zijn mijn liefs gedachte.
Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.