P. C. Boutens (1870-1943)

Bij de lamp

Bij de lamp blijf ik alleen.
Waar uw kus en lach verdween,
Sluit de stilte rond mij heen

Tot den effen glans waarin,
Liefelijkste droombegin,
Ik mij klaarst op u bezin.

En mijn oogen lezen niet
't Oud verhaal van vreemd verdriet,
Waar ik straks den wijzer liet. . . :

Door bezonken wolkepracht,
Heel den dag om u herdacht,
Gaat de ziel in tot haar nacht:

Door zoo helder avondrood
Naar een nacht zoo diep en groot
Als uit leven naar den dood:

Of ge al zonder morgen ging
Buiten levens duistren ring
Rusten in verheerlijking,

Wijl ik hier bij 't lampelicht,
De oogen naar mijn boek gericht,
Nog wat van u droom en dicht,

Tot het uur van slapen slaat
En niets blijft dan uw gelaat
Als de droom in droom vergaat.


Uit de bundel "Vergeten liedjes", zesde druk
C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1929
Bezorgd door Piet Bron.