G.A. Bredero (1585-1618)

BRUYLOFS-LIEDT.

Stemme : Het daghet uyt den Oosten, het licht, &c.

Comt hellipt vrolijck singen,
Vrou Venus Borgery!
Bly-gheestighe Jongelinghen,
U held’re Kelen bly
Laet voor ons graaghe ooren
Nu eens hooren

Singht op Bruylofts-ghenooten,
Hoe dat dit lieve Paar
Den Hemel heeft beslooten
Te houwden by mel-caer,
Tot dat de Doot haer beyden
Comt te scheyden.

O ghy versaamde menschen
In een vergaart soo soet:
Wy gunnen en wy wenschen
U ’t Alderbeste-Goet,
Dat d’Hoochsten u kan gheven
Nae dit leven.

Dit siel-mengend vergaaren
Sal hy Waap’nen voor druck,
Begiften met wel-vaaren
Van steets bloeyend gheluck
En maken u Eer-waardigh,
Recht goet-aardich..

Staet op, ghy blije-Lieden,
Nu Bruydegom treed aen,
Die soete strijdt moet schieden
Die ’ck wensch dat moet vergaen,
Dat van u twee den derden
Haest mach werden.

Prins laet In liefde bloeijen
Dees twee vermenght in een,
Haer herten doet begroeijen
Soo dicht, dat ghy alleen,
Of den Dood, t’uwer eeren
t’ Kan Verkeeren.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 3 januari 1998.