G.A. Bredero (1585-1618)

EER-DICHT OP DE VERLOSSINGHE VAN ISRAEL.

Het domme mis-verstant door onbeslepen sinnen
Verdoolt vaeck inde keur, en wisselt goet voor quaet,
Den siende blindelingh volcht lust voor wijsen raedt,
En die doet gantsch verkeert verkeerde dingen minnen.
    De reden-rijcke mensch kant misbruyc haest verwinnen
Door deuchdens liefde, die met kennis hooch begaeft;
Wanneer hy ’t heylich woordt ziel-ijverich hanthaeft,
Wert hy Gods Rijc-genoot, de wijsheyt syn vriendinnen.
    Kroont Vondels weerdich hooft heyl-graege jongelingen,
Die voor d’onkuysche min het hoochste nut leert singen
Het welc den geest vervreucht mt een inwendich juygen.
    Het wroecht niet na de daet, al die snoo leugen dichten,
Tweesinnich hy verlijct de oud’ en nieuw’ ghesichten:
Doorleest dit sin-rijc boec, het zalt u best ghetuyghen.

Voor Vondel’s Pascha (a. 1612)


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 januari 1998.