G.A. Bredero (1585-1618)

KLINCK-DICHT.

Also de Camers Prins heeft prysen opghesteecken
Voor het doorluchtigh volck, dat die rijm-konst bemint,
Mijn danck-schuldigh gemoet werdt lichtelijck ghesint
Om toonen metter daet, hoe ick sijn wetten reecken.

Misschien de swarte Nijdt sal my daer schand afspreecken
En slaen naer haer gewoont mijn opset inde windt:
Nutte berispers kloeck, als ghy mijn feylen vindt,
Verbetert en scheldt heusch: denckt, yder heeft gebreecken.

’t Faelt my aen kunst, ick kent; dan doch die beter weet,
Ick wilde dat dien Mensch niet seyde, maer het deedt,
Vermits de werken meest syn wetenschap bewysen

Kunst-rijcke Broeder Prins, ontfanght mijn slechte gunst,
Mijn slechte Boertery by die verlichte kunst,
’t Mijns sy dan so het wil, het mach sijn selven prysen.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 januari 1998.