G.A. Bredero (1585-1618)

Maer waerom ben ick niet soo geluckigh
Als ghy, Tortel-duyfjen kleen,
Die nummermeer u Gayken druckigh
Verliest, dan door de doodt alleen?
Och, waer de mijne de gaven gegeven
Van u liefs trouw en van sijn Min,
Of had ick de staet maer van u leven
Met dat vernoeghen in mijn sin!
Och waerom werd ick met mijn Margriete
Niet met de selfde snoer gheleyt
Als ghy, die veyligh mooght genieten
Den Hemel van sijn lieflijckheyt!
Of moet het Vee in redelijckheden
Den Edelen Mensch te boven gaen?
Wy, die betytelt sijn met reden,
Die moeten van haer een les verstaen.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 24 december 1997.