G.A. Bredero (1585-1618)

BRUILOFTS-LIEDT.

Stemme : Ick hebber een uyt verkoren, &c.

O Bruydegom en Heere,
U waerde Bruydt wilt eeren
En beminnen als u ziel.
Wilt ghy wijs’lijck regeeren?
Voor-doende, moet ghy leeren
’t Geen ghy gaaren onderhiel.
Swijght en verdraecht
En kreunt noch claecht
Of u wat swaers voor-viel.

Wilt Godt u saeck bevelen,
Die sal u mede deelen
’t Gheen sijn Godtheyt kent voor goedt.
En soeckt niet te krackeelen,
Te twisten noch verscheelen,
Komt den ander wat te moet
Met goed bescheyt
En reed’lijckheyt,
Sacht, reckelijck en soet.

Vrou Bruydt, die ’t gildt der Vrouwen
Voortaen sult onderhouwen
Mits ghy uyt de Maachden scheydt:
Wilt ghy de tweedracht schouwen?
Ghy moet u Man vertrouwen
De huys-sorgh en al ’t beleyt.
Doet alst behoort,
Leeft ’t samen voort
In goed’ eendrachticheyd.

Door eendracht zyn de steden
In alle eenicheden
Vast vermenghelt en vereent.
De Landen en de leden
En d’ Opper-vooghden meden
Is het hof, voor ’t hooft verleent;
Wat dat ghebied
Oock stracx gheschiet
By goedighe ghemeent.

Salmen het Oorloch voeren,
Men moet die Crijchs-lien snoeren
Door de wetten van een Prins,
Wiens wijsheyt kan beroeren
Dat t haghel-schut de boeren
Noch het volck verlast gheensins,
Maer dattet tracht
Al na eendracht,
Soo gaatet meest na wins.

De eendracht hout die dinghen
Des Hemels onderlinghen
Gantsch verbonden en verstrickt
In vrientschap, die gheringhen
Haer alleen so kan dwinghen
Datter niemant knort noch kickt.
En morter yet,
Het gaet tot niet,
Soo heeftet Godt beschickt.

Ghelieven, schickt u sinnen
Tot eendrachtighe minnen,
Die de vrede onderhoudt,
Soo suldy Gods rijck winnen;
Maer wildy twist beginnen,
Soo is het, laes! te vroech ghetroud.
Want uyt de mensch
Syn wil en wensch,
Hy Hel of Hemel bouwt.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 3 januari 1998.