G.A. Bredero (1585-1618)

REQUESTE.

Lief uytverkooren, Lief tryumphant.

T’vertoon sich, Vrouwe,
U Lief ghetrouwe
Met weenend’ ooghen,
Versoeck meedoogen,
in alder ootmoet
en Dienaar goet,
bedeckt, beschaamt,
Prinses vernaamt,

Mijns lyder smart
Dees wetten hart
Sijn veels te vart
Van een goed Maacht befaamt.

Ick onderdanen
Veel sucht en traanen,
Gestort, ghegooten
Maar noyt ontslooten
heb nacht op nacht
ja clacht op clacht,
met bitter getreur,
u wreede deur.

Dit claach ick Godt,
Want treed’ ick tot,
Het staale slot
En grendels synder veur.

Koom ick behendich
My ontmoet schendich
En t’gerucht der mensche
Mijn Vrou ick wensch
omtrent u gelas,
snel het ghebas
dat ick seer haat.
en bid ghenaad.

O quamt, ick namt
Van t’hart dat vlamt,
Gheeft dat dit ampt,
Maar voor my oopen staat.

Soo uyt ghenaade
Ick sal die weldaade
Maar die beloone
Met Lof betoone
dees jonst gheschiet,
vergheeten niet,
met danckbaarheyt
ben ick bereyt

Tot alderstont
Doort Heyl verbont,
Met hert en mont
Wert uwen naam verbreyt.

Voor u wel vaare,
t’Stelt hy t’syn Gare
In jonst dus vierich,
Syt ghy eergierich,
Prinses eerbaar,
brand u Dienaar,
wech arech vermoen,
soo wilt u spoen.

Na dit request
Soo doet u best.
Ick sech int lest:
Dus doende sult wel doen.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 december 1997.