Op de Wijse: t Enghels Schoenlappertjen.
Waerom sijt ghy, o
wreede schaemt!
Mijn minnaer nu dus tegen?
Dat hy hier niet meer en versaemt,
Maer soeckt de omme-wegen
En vliet van my, die hy begheert,
Om datmen soo niet mercken souw
Syn wercken trouw,
Als ghy hem dus turbeert?
Ach! noch verandert my t ghelaat
t Coleur door t over peinsen
Want als hy my moeten op t straat,
Wy conden bey niet veinsen.
Daer quam de liefde voor den dagh,
Wy wierden beyd bevanghen bloot
Met de wanghen root,
Als hy my, ick hem sach.
Denckt wat u wreetheyt mijn ontreckt
En dieflijck gaet
ontrooven,
Als ghy myn suyver min ontdeckt
En doet yder ghelooven:
Dit mijt hy, daerom comt hy niet,
Dus derf ick sijn presency
waart,
Dabsency
spaart
Voor een die u verdriet.
Wast een manier oock hier te landt,
Ick wouw op u niet passen;
Mochtmen gaen mommen sonder
schant,
Ick souw u wel verrassen.
Als ick secreetlijck was vermomt,
Wat wou k op u dan schaffen meer,
Ay straffen Heer,
Die dus int root uyt komt?
O schaamt! o wreede schaamte boos!
Wat doet ghy ons al lijen:
Want het is s nachts soo prijckeloos
Van t gheboeft, dat by ontijen
Gaen woen en doen de goen ghewelt,
En my verdriet het wachten langh;
De nacht en dwangh
Van vrees en schaamt ons quelt.
Voor Cupido ick protesteer
Van t onghelijck en schade,
Om den intrest van mijn hart-seer,
Gheleen door u onghenade.
Verlaet my, schaemte, t is u best,
Of ick sal u doen vanghen voort,
Doen hanghen, hoort.
Verliest ghy het protest 13
Princen, de dach is wel soo goedt
Om die minne te tooghen,
Dat voor-comt wt een reyn ghemoet,
t Lieflijck onthael van dooghen
Ontroert den mensch in al syn bloet,
t Wellick noch meerder pooghen doet;
Meedooghen soet
Hebt met myn schaemte vroet.
Ingezonden door: J.R. van Wijk,12 december 1997.