G.A. Bredero (1585-1618)

Secht wiens gebruyck
Hout ghy voor ’t puyck
En eerlijcxst soo sy faalen:
Die door schaamte swijcht
Of te stout vercrijcht
Belach’lijcke schandaalen?
U oordeel rijp met reen
Van gewichte wilt vertaalen:
Wie van haer stoot de scheen
Om licht een kous over te haalen?

Daer is gheen Mensch hy werct een kuer,
Want sy syn seer wispeltuer,
Elck het syn lusten en invallen.
Coorenhart looft de Vangenis,
Seght datze zoet en Salich is
En Erasmus prijst de Sotheyt,
Roemert de Muts en blaeuwe Scheen,
Spieghel de Kunst van wel te Reen,
Heynsius Bachus en de Godtheydt.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 januari 1998.