Woordenlijst bij de ’II. Eerste gedichten (tot 1608)’

G.A. Bredero (1585-1618)


A

Absency = afwezigheid.
Afmaalen = afschilderen, beschrijven.

B

Bats = trots, overmoedig.
Beckeniel = hersenpan.
Begecken = bespotten, voor de gek houden.
Bekeyt = gek gemaakt.
Betoomen = beteugelen.
Bidden = smeken.
Block sleepen, Het = liefdesverdriet lijden.
Boogh = iets om op te bogen (roemen).
Boochen = roemen.
Brallen = razen, tieren.
Brief = verwaande gek.

C

Claare = heldere.
Cloot = bal.

D

Dickmael = vaak.
Dieflijck = steels, geniepig.
Doen = toen.
Dor ghevlochten hoed, een = een krans van biezen als spot voor een afgewezen minnaar.
Dreuts = bits, bars, spijtig.
Dreutsche = parmantige.
Driesschen = dreigen, dwingen.
Druck = ellende.
Du = jij.

E

En = indien, als.
En er staat U.
Eylacy = helaas.

G

Garen = graag.
Gaeren sien = houden van.
Gecken = schertsen, spotten.
Gelaat = manier van doen.
Gelaet = houding.
Gestalt = postuur, houding.
Geyl = onkuis.
Gherief = dienst, plezier.
Ghy wilt op u loopen immer niet vercoopen = U maakt van het lopen toch geen zaakje?
Gloos = blik.
Goeddunckend = verwaand.
Goetduncken = waan.
Graas’lijck = gracieus.
Guychellery = bedriegerij.

H

Haef, Haven = bezittingen.
Heremijt = kluizenaar.
Hoofs = hoffelijk.
Hoovaerdich = ijdel, verwaand.
Hoovaerdy = ijdelheid, vewaandheid.
Houden van = waarde hechten aan.
Hups = fatsoenlijk, welgemanierd.

I

Injen = IndiŽ

J

Jonst = gunst.
Jont = gunt.

K

Kastijden = straffen, pijnigen.
Kersouwe = madeliefje.
Kettery = afvalligheid van het officiŽle geloof (in zake afvallig van het Rooms Kathlieke geloof).
Kluysters = boeien.
Koen = dapper.
Kol = toverheks.
Kouten = praten.
Kunt = bewust.

L

Layde = jammerlijke.
Leyder = helaas.
Lichtelijck = gemakkelijk, eenvoudig.
Lien = lieden, mensen.
Loer-ooghen = gluren.
Lollen = onzin uitkramen.
Loor zijn, te = verloren zijn.

M

Me = mee.
Mommelen
= mompelen, binnensmond spreken.
Mommen = zich vermommen.

N

Nesck = dwaas, onnozel.
Niet in myn schick = niet in mijn doen.
Nootdruft = toestand van gebrek.

O

Of ’t was schijn = naar het scheen.
Ondieft = geducht.
Onschuylen = bedekken.
Ontlyven = doden.
Overzijds = naar de andere zijde.

P

Pluymstrijckery = vlijerij.
Presency = aanwezigheid.
Prijckeloos = geniepig.
Proper = schoon, mooi.
Prycken = pralen, pronken.

Q

Queen = kwee, jongejuffrouw, altijd klagende en morrende vrouw.
Quicx = snel.

R

Reyne = zuivere.

S

Saba = ťťn van de Bovenwindse Nedelandse Antillen.
Schalck = deugniet.
Scharren = schimpen, schelden.
Scheets = honend, schamper.
Schier = bijna.
Schots = lomp, ruw, bot.
Seckt = ketterij.
Sich verkallen = zich verpraten.
Sinnelijck = keurig.
Sinnetgens = zinnen, zintuigen.
Slechtheyt = eenvoud.
Smert = pijn.
Snar = bits, vinnig.
Somwijl = soms.
Spaed = laat.
Spanceren = wandelen.
Spoen = spoeden, haasten.
Staegh = gedurig, aanhoudend, steeds.
Standich = steeds weer.
Statuur = gestalte.
Swetsen = kletsen, babbelen.
Swierich misschien te lezen als : swerrick (hemelgewelf).

T

Tas = meisje.
Temteeren = verleiden.
Tochtigh = begerig, verlangend.
Toe-schick = bestemming, noodlot.
Tooghen = aantonen.
Tooren = woede.
Torment = kwelling, ellende.
Treken = kunsten.
Turbeeren = verontrusten, verwarren.
Tyen = beginnen, hier vertrekken.

V

Velen = verdragen.
Vercout = bekoeld.
Vergrimmen = woedend worden.
Verheeren = overmeesteren.
Verkouwen = bekoelen.
Vermaledyden = vervloekte(n)
Vermonden = verkondigen.
Vernachten = (ergens) overnachten.
Vernuft = verstand.
Verschalcken = misleiden.
Versiet u = zie naar iets ander uit.
Versint = bezint.
Verslimmen = erger maken, verslechteren.
Vervrouwen = verwijfd worden.
Vlien, vlieden = vluchten
Voester = min, een vrouw die zoogt.
Voet vallen = knielen.
Vroet = wijs.
Vromer = dapperder, flinker.

W

Waardy = waarde, prijs.
Wallen = (zachtjes) koken.
Wanderen = zwerven.
Weeuw = weduwe.
Wt = uit.
Wulps, wullips = zinnelijk, wellustig.
Wups = frivool, lichtzinnig..


Aantekeningen:

1 My, blijkbaar fout, maar niet met zekerheid te verbeteren.

2 Vul aan: verjagen of wel lees wist.

3 wert, blijkbaar fout.

4 In het tweede gedeelte is een woord uitgevallen.

5 De laatste regel wordt bij het zingen herhaald.

6 Walburc(h).

7 Of blijkbaar fout.

8 loop er staat: loon.

9 Voor-sangh, voor een rondedans.

10 Troertigjes, misschien een verzonnen woord.

11 De vijfde regel wordt bij het zingen herhaald.

12 Er staat: bedroefde.

13 Protest, verward met proces?


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 december 1997.