Woordenlijst bij "Brieven" G.A. Bredero (1585-1618).

A

Aart = goede hoedanigheid.
Achtercousich = gereserveerd.
Aenschouwen = bekijken.
Angel-hoecken = vishaken
Archlistich = boosaardig, vals.

B

Bekommert = bezorgd.
Belghen, zich = zich boos maken.
Beneffens = als ook.
Beproeven = proberen.
Bescheydenheyt = inzicht.
Beteren = door boete uitwissen.
Beusseling = kleinigheid.
Bewaren = wegsluiten.
Bidden = smeken.
Bist = bent.
Blancketten = bepoederen.

C

Cicero, Marcus Tullius = geboren 106 v.Chr te Arpinum in Latium. Vermoord in 43 v. Chr. Bekend van vele redevoeringen, redekundige en filosofische geschriften alsook een uitgebreide correspondentie. Hij staat model voor welsprekendheid en goed taalgebruik.
Cleobulus = één van de zeven Griekse wijzen.

D

Deucht = weldaad.
Dickmaels = vaak.
Dijn = uw, jouw.
Dinghen = streven
Doen = toen.
Drijven = betogen.
Drogh = bedrog.
Dulheyt = saaiheid, dofheit.

E

Eel = edel.
Eyndelijck = ten slotte.

F

Fael-greep = misgreep.

G

Gantsch = geheel, helemaal.
Gebreecken = ontbreken.
Gecken = schertsen, geinen, spotten.
Geeren = verlangen???
Geheugenisse = herinneringen.
Geoorlooft = toegestaan.
Geswinde = kwieke, vlugge.
Gheschien = gebeuren.
Gestadelijck = gedurig.
Gissen = raden.
Glorieus = hooghartig.
Goedertierenheydt = barmhartigheid, lankmoedigheid.

H

Helicon = berg in Griekenland, aan Apollo en de muzen gewijd.
Hette = hitte, warmte.
Heusheyt = beleefdheid, wellevendheid, oprechtheid.
Hippelen = huppelen.
Hovaard =  trots, ijdel, verwaand persoon.
Huyden = heden.

I

In dier manieren = op deze wijze, zo.

J

Jonst = gunst.

K

Keef onvoltooid verleden tijd van kijven = schreeuwen, tieren.
Klaer = helder.
Kloecksinninghe = verstandige.
Krancke = zieke.
Kuntschap = kennis.

L

Laacken = iets sterk afkeuren.
Laas = helaas.
Letter = brief.
Letterken = briefje.
Licht = waarschijnlijk waarschijnlijk.
Lief-cooser = mooiprater.
Lien = lieden.

M

Maalen = schilderen.
Marcus Aurelius = Romeinse keizer (161-180). Aanhanger van de Stoïcijnen. Schreef Tot zichzelve, een twaalf delig boek in het Grieks.
Martiales, Marcus Valerius = Romeinse epigrammendichter (± 40-104 n.Chr.) uit Spanje afkomstig.
Midas = koning van Frygië. Vroeg aan Dionysus als gunst, dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. Dit gebeurde ook met drank en eten. Om van deze vloek af te komen moet hij zich in de Pactolus baden
Mitsgaeders = alsook, alsmede.
Moghen beuren = gelegen komen.
Mommelen = mompelen.
Mompen = zich vermommen, zich verkleden.

N

Neffens = tegelijk met.
Negen-zangsters = de negen Muzen
Niet te versoecken = niets te proberen.

O

Onderwinden = iets moeilijks ondernemen, wagen, durven.
Ontfaen = ontvangen.
Ootmoedigh = nederig.
Overmits = aangezien, omdat.
Oversetten = van zich afzetten.

P

Periander van Corinthen = tweede tiran van Corinthe (627-585 v.Chr.) Hij is één van de zeven Wijzen van Griekenland.
Plato = met Aristoteles de grootste van de Grieksche wijsgeren. Leefde van 428-347 v.Chr. Stichtte de Academia. Zijn nagelaten geschriften bestaan bijna allemaal dialogen waarin Socrates de hoofdpersoon is. Bekende dialogen zijn Phaedo, Crito, Apologia.
Plautus, Titus Maccius = Romeinsche blijspeldichter (± 251 v.Chr. in Sarsina, Umbrie - 184). Er zijn 130 toneelstukken aan hem toegeschreven, maar 21 zijn echt. Eén van de bekendste stukken is Auluria, over een verborgen pot met goud en een vrek. Deze is nagevolgd door P.C. Hooft met Warenar en Molière met l’Avare (de Vrek).
Pluymstrijckery = vleierij.

Q

Quijnen = kwijnen, verflauwen, verzwakken.

R

Requestjen = verzoekje.
Reuckeloos = roekeloos.

S

Schalcken = achterdochtige, wantrouwende.
Schalckhaftigh = achterdochtig, wantrouwend.
Schickelijck = redelijk, toegevend..
Schier = bijna.
Schranderen = scherpen.
Secreet = geheim.
Seneca, Lucius Annaeus (de jongere) = geboren ± 4 n.Chr. te Corduba, Spanje. Stoïcijns wijsgeer. Van hem bekend zijn: filosofische werken en brieven en negen tragedies in de navolging van Euripides en andere Griekse tragici. Werd door Nero ter dood veroordeeld. Hij pleegde zelfmoord door zich de aderen te laten openen (± 65 n.Chr.)
Sinnelijck = keurig, smaakvol.
Sinnelijckheyt = smaak, gevoeligheid.
Slachjen in te voeghen, een = wat tegemoet   te komen.
Sloffer = waarschijnlijk iemand die iets stilhoudt.
Smeken = vleien.
Sneege = snedige.
Snoot = misdadig.
Spruyten = ontkiemen, voortkomen.
Stout = dapper, moedig.
Stoutheyt = dapperheid.
Swaar = moeilijk.

T

Thales van Melesien = Thales van Milete, één van de zeven Wijzen van Griekenland (640-546 v.Chr.). Als wiskundige en astronoom voorspelde hij de zonsverduistering van 28 mei 585 v.Chr. Als eerste van de Jonische of naturuurfilosofen, beschouwde hij water als oerstof, waaruit alles ontstaan is.
Tijghen = beginnen?????.

U

U.E. = u edele.

V

Vaan = vaandel, vlag.
Vaersgen = versje, gedichtje.
Vaten = pakken.
Verbeyen = wachten.
Verhaalen = vertellen.
Verkooren = verkozen.
Verleyt = verlegging.
Vermaledijt = vervloekt.
Vermetelheyt = aanmatigendheid.
Vermits = mits, omdat, aangezien.
Verrockt = versteend.
Verschalcken = misleiden.
Verschoonen = excuseren, vergeven.
Versloffen = door achteloosheid voorbij laten gaan, verwaarlozen.
Verweent = verfijnd.
Verwittigen = waarschuwen.
Vlieden = vluchten.
Voorders = verder, vervolgens.
Voorwenden = aanwenden, te baat nemen.
Vroede = wijse.
Vry-heer = zogenaamd etymologisch voor vrijer.
Vyer = vuur.

W

Waalbaer = weifelend.
Wangelaticheyt = buitensporigheid.
Weder = weer.
Wederstant = verzet, tegenspraak.
Weeselijck = ingetogen.
Wijders = bovendien, overigens, daarbij komt…
Wijt = ver.
Wit = doel(wit).
Wt = uit.
Wulpsheyt = minnelust, dartelheid.

Z

Zaalichmaker = Jezus Christus.


Aantekeningen:

1 Bij een tekening of schilderij.

Magdalena Stockmans.


Ingezonden door: J.R. van Wijk, 12 januari 1998.