Joan van Broekhuizen (1647-1707)
Aan de Gedachten
Gezwinde dochters van nooit maalens moede zinnen,
Gedachten, die u zelfs duizend vormen giet,
Tuchthouders heusch in schyn, wanhebbeliyk van binnen,
Waarom verlaat gy my ook in mynen droomen niet?
Of is de slaap, de slaap, die ’t alles kan beleezen,
Die ’t al betoov’ren kan, in klem van uw gewelt?
En moet ik u by nacht, en u by dag dan vreezen,
Die my by dag en nacht uw wilde wetten stelt?
Postloopsters zonder toom, onmogelyk om hooven,
Spoorbystere gezin, onzeker, ongewis;
My dwingt uw onbescheid om zeker te gelooven,
Dat waaken droomen, en dat droomen waaken is.
E-Mail: 0vwijk02@lelystad.flnet.nl
Laatste wijziging: 07-sep-96