EEN IS NOODIG.

Als het entjen is geset,
Alle tacken doen belet;
Daerom, wat ter sijden groeyt,
Dient ten naeusten afgesnoeyt;
Maer dat na den hemel wast,
Daer op dient te zijn gepast;
Want dat in der hoogten sweeft,
Dat is, dat de vruchten geeft.
Rechte stamme, Christen mensch!
O, besnijt u aertschen wensch!
Wat behaeght u dit en dat,

Groote staten, groote schat?
 Ach! dat al is anders niet,
Als dat van ter zijden schiet,
Als dat enckel hinder doet,
Datje niet en wort gevoedt;
Datje, met een volle sucht,
Niet kunt stygen in de lucht;
Weert dan van u gave stam,
Al wat u het voetsel nam.
Siet, dit is de ware leer,
Een is noodigh, sonder meer.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001