ALLES NAAR ZIJN EIGEN AARD.

Ghy, die teere boom-gewassen
Hebt te raken metter hant,
Doet het niet als met verstant:
Leert, hoe datje dient te passen,
Datje niet te stijf en grijpt,
Datje niet te vinnigh nijpt.
Vrient, daer is in alle saken
Seker regel, seker wet,
Daer op dient te zijn gelet;
Ieder heeft sijn eigen raecken:
Wie van passe grijpen kan
Dat is vry een handigh man.

Jonge maeghden, swacke dieren,
Vrouwen van gedwegen aert,
Dienen wel te sijn bewaert,
Ieder heeftse nau te vieren;
Grijpt hier niet als nae de kunst,
Biet hier niet als echte gunst.
Met de oiren grijpt men potten,
Schoone fruyten met de steel,
Vuyle boeven met de keel,
Dy de woorden vanght men sotten,
Stoute gasten by de mouw,
Bloode maeghden door de trouw.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001