NOOD LEERT DEUGD.

Als de kalleck wort begoten
Met een kouden waterstrcom,
Dan wort hare kracht ontsloten,
Als ontsprongen uyt een droom;
Dan wort eerst haer vier ontsteken,
Dat in haer verholen lagh,
Dan begint’et uyt te breken,
Dat m~n noyt te voren sagh.
Als de boomen staen en vechten
Met den wint en sijn gewelt,
Dan is ’t datse dieper hechten
Haere wortel in het velt.
Als de wijngaert wordt gesneden,
En sijn weeligh hout gesnoeyt,
Hy en heeft geen quaet geleden,
Want hy des te beter groeyt.
Vrienden, geeft’et niet verloren,
Als ghy valt in tegenspoet;
Want daer is de tucht geboren,
Daer is oyt de deught gevoet.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001