LAAT UW LICHT SCHIJNEN ONDER DE MENSCHEN.

Vrienden, het sijn nutte saecken
Dater aen het dorre strant
Staet een hoogh, een vierigh baken,
Dat geheele nachten brant.
Want als iemant komt gevaren
Midden uyt de woeste zee
Midden uyt de stoute baren,
t Wijst het schip een goede ree.

Dit is recht het eygen wesen
 Van een vroom en achtbaer man
Die ten Hemel-waerts geresen ,
Voor een baken strecken kan.
Laat u licht, Christen, rijsen,.
Laet het schijnen over al,
Ghij moet aan de werelt wijsen,
Hoe en waer men varen sal.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001