DOOR WIJKEN, WINNEN.

Als iemant siet een wijde gracht,
En dat hy met sijn gansche macht
Daer geensins over springen kan.
Hy wort’er noch wel meester van,
Indien hy slechts de greepe weet
Dat hy maer wat te rugge treet;
Want dat verweckt hem meerder vlucht
En draeght hem snelder door de lucht.
Is iemant, ’t sy dan out of jongh,
Gesint te doen een meester-sprongh,
En dat het eerst niet voort en wil,
Die houde sich een weynigh stil,
En porre niet te veerdigh aen,
Mare leere rat te rugge gaan;
Want die met reden wijcken kan,
Dat is voor al een handigh man,
Die veeltijts wel te wege bringht,
Daer haest en kracht niet door en dringht.


Ingezonden op: Thursday 19 July 2001