Niet en kan er beter passen, als dat t samen is gewassen

Il ny a que les premiers amours

Als van twee gepaarde schelpen
D ene breekt, of wel verliest,
Niemand zal u kunnen helpen
Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest
Aan een, die met effen randen
Juist op d ander passen zou.
D oudste zijn de beste panden,
Niet en gaat voor d eerste trouw;
D eerste trouw, die leert het minnen,
D eerste trouw is enkel vreugd,
D eerste trouw die bindt de zinnen,
Zij is t bloempje van de jeugd.
Maar mijn oordeel: twee-maal trouwen
Dat is veel niet zonder pijn;
Drie maal kan niet als berouwen,
Want hoe kan er liefde zijn?
Houdt uw eerste lief in waarde,
eert ze met een volle zin;
t Is een Hemel op aarde,
Zo je paart uit rechte min.

1627

Bron: C.J. Aarts en M.C. van Etten (samenstellers), Domweg gelukkig in de Dapperstraat. De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. Bert Bakker, Amsterdam, veertiende verbeterde druk 1996.

Ingezonden door IJme Woensdrecht